Wijziging Warmtewet en Besluit servicekosten

Geplaatst op: 29-10-2018.

Op 14 september 2018 is de wijziging van de Warmtewet in het Staatsblad gepubliceerd.

Warmtewet

De wijziging heeft grote gevolgen voor woningcorporaties en andere verhuurders. Verhuurders die warmte leveren via collectieve warmte-installaties zijn niet langer leverancier in de zin van Warmtewet. Zij kunnen daardoor de geleverde warmte niet meer bij hun huurders in rekening brengen als warmteleverancier via een separate warmteovereenkomst, maar uitsluitend via de huurovereenkomst. Bij wooncomplexen met blokverwarming zal de afrekening weer gewoon op grond van het huurrecht plaatsvinden, dus via een afrekening op basis van de daadwerkelijke kosten van gas, waarbij die kosten naar gemeten (of geschat) verbruik onder de bewoners van het complex worden verdeeld. Het maximumtarief per GJ is dan niet meer van toepassing. Ook voor VvE’s die warmte leveren aan appartementseigenaren geldt een afrekening op basis van de daadwerkelijke kosten en niet op basis van het maximumtarief.

Besluit servicekosten

In samenhang met de wijziging van de Warmtewet wordt het Besluit servicekosten gewijzigd. Dit om te verduidelijken dat verhuurders de kosten voor afschrijving en het onderhoud van collectieve warmte-installaties kunnen doorberekenen in de servicekosten. Hiermee heeft de wetgever duidelijk willen maken dat de wijziging van de Warmtewet geen gevolgen heeft voor de afrekening van de warmtekosten aan de huurder. Alle kosten die de verhuurder onder de Warmtewet in rekening mag brengen, kan hij straks als servicekosten aan de huurder doorbelasten.

De wijziging van het Besluit servicekosten verduidelijkt dus dat ook zaken als de verwarmingsketel ten behoeve van de blokverwarming en de warmtewisselaar in rekening kunnen worden gebracht buiten de huurprijs en wel via de servicekosten. In het nieuwe besluit zijn collectieve installaties en daarmee verbonden apparatuur voor het leveren van warmte opgenomen als roerende zaken die krachtens de huurovereenkomst ter beschikking worden gesteld. Deze zaken worden dus niet meer beschouwd als onroerende zaken en horen daarom ook geen onderdeel te zijn van de (kale) huurprijs.

De aanpassing heeft geen gevolgen voor de verhuurder voor zijn verplichting tot het jaarlijks geven van een overzicht van de kosten betreffende de geleverde warmte. Ook heeft de aanpassing geen gevolgen voor de verplichting van de verhuurder om de huurder desverzocht inzage te geven in de aan dit overzicht ten grondslag liggende boeken, bescheiden of afschriften daarvan. De verhuurder heeft deze verplichtingen namelijk ook op grond van het huurrecht.

Datum inwerkingtreding onbekend

De verwachting was dat de wijziging van de Warmtewet en van het Besluit servicekosten op 1 januari 2019 in werking zouden treden. Het lijkt er echter op dat de inwerkingtreding wordt uitgesteld. Dit komt doordat de ACM verwacht meer tijd nodig te hebben voor de uitwerking van de nieuwe Warmtewet en het vaststellen van de nieuwe tarieven. De ACM verwacht pas per 1 januari 2020 de nieuwe tarieven te kunnen publiceren. Tot de inwerkingtreding blijft de Warmtewet van toepassing op de levering van warmte in wooncomplexen met blokverwarming.