Hoge raad: geen recht op verhuiskostenvergoeding bij verblijf in ingerichte wisselwoning

Geplaatst op: 19-04-2022.

In een arrest van 1 april 2022 heeft de Hoge Raad [1] antwoord gegeven op enkele prejudiciële vragen over de wettelijke vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten bij renovatie [2].

Een huurder van een woning is verplicht een renovatie te gedogen als de verhuurder daartoe een redelijk voorstel heeft gedaan. Voor de renovatiewerkzaamheden kan het noodzakelijk zijn dat de huurder verhuist. In dat geval verplicht de wet de verhuurder tot een forfaitaire minimumbijdrage in de verhuiskosten. De Hoge Raad heeft op 1 april 2022 verduidelijkt dat de huurder geen aanspraak kan maken op deze minimumbijdrage, indien de verhuurder een redelijk en passend aanbod heeft gedaan tot verblijf in een volledig ingerichte en gestoffeerde wisselwoning. Een verblijf in een ingerichte logeerwoning is dus geen verhuizing. Dat geldt ook als de huurder geen gebruik maakt van de door de verhuurder aangeboden wisselwoning terwijl die woning in de gegeven omstandigheden wél een redelijke en passende voorziening is.

Of de aangeboden wisselwoning een redelijke en passende voorziening is, hangt volgens de Hoge Raad onder meer af van de volgende omstandigheden:

  • ligging van de wisselwoning
  • kwaliteit van de wisselwoning
  • duur van het verblijf in de wisselwoning
  • de vraag of enig deel van de inboedel moet worden verplaatst
  • de persoonlijke omstandigheden van de huurder

Indien de aangeboden wisselwoning geen redelijke en passende voorziening is, kan de huurder alsnog aanspraak maken op de minimumbijdrage.

Als een tijdelijk verblijf in een wisselwoning toch gepaard gaat met kosten voor de huurder, zoals vervoers- en opslagkosten voor de inboedel en herinrichting bij terugkeer in de gerenoveerde woning kan de huurder in beginsel aanspraak kan maken op vergoeding van die kosten, aldus de Hoge Raad.

Vragen over renovatie of verhuiskostenvergoeding? Neem gerust contact op met Maudy Vermin of een van onze andere huurrechtspecialisten.


[1] HR 1 april 2022: http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:HR:2022:493

[2] Met ingang van 28 februari 2022 bedraagt de vergoeding € 6.505.